Systeemvariabelen

Syteemvariabelen zijn variabelen waarvan de naam en de waarde door het systeem wordt bepaald. De in het grijs vermelde systeemvariabelen zijn overbodig.

Niet-numerieke systeemvariabelen:

ModelInit
ModelInit is van het type String en bevat de initialisatie waarden waarmee het model oorspronkelijk is geopend. De string heeft het volgende formaat: Key1=Waarde1;Key2=Waarde2;Key3=Waarde3 etc. Hierin wordt de puntkomma toegepast als scheidingsteken. Alle key's worden apart als stringvariable gedeclareerd en geinitialiseerd met de opgegeven waarden. Key's met dezelfde naam krijgen de laatste (meest rechtse) waarde. Indien een puntkomma in een waarde voorkomt dan wordt gebruik gemaakt van aanhalingstekens zoals in: Key4=Punt";"komma;Key5="Punt;komma"; In dit voorbeeld worden de stringvariabelen Key4 en Key5 geinitialiseerd met de waarde: Punt;komma.

SqlDef
De query variabele SqlDef wordt door het systeem gedeclareerd zodra er een default query aan het model is doorgegeven. Dit is bijvoorbeeld het geval bij AsToDate indien er een selectievenster aktief is. Een default query wordt buiten AsToDate zelden toegepast. De default query in AsToDate is van het type SqlQuery maar kan bij andere toepassingen tevens van het type AdoQuery of OleQuery zijn.

De volgende numerieke systeemvariabelen kunnen in expressies worden gebruikt:

COLUMNCOUNT
Geeft het aantal kolommen in de huidige query.

FALSE
De waarde 0.

FIRST
FIRST krijgt de waarde TRUE indien de huidige rij (of record) in de actieve query de eerste is en anders de waarde FALSE. Indien er geen geldige query actief is, krijgt FIRST de waarde FALSE.

FLDS
Geeft het aantal kolommen in de huidige query. (Vervangen door COLUMNCOUNT)

FOOTER
FOOTER krijgt de waarde TRUE indien de uitvoer de ondermarge heeft bereikt en anders de waarde FALSE. De initiŽle waarde van FOOTER is FALSE. Indien gerefereerd wordt aan FOOTER krijgt de systeemvariable HEADER automatisch de waarde van FOOTER. De ondermarge staat ingesteld op 25mm gerekend vanaf de (fysieke) onderkant van het papier en kan gewijzigd worden met de functie SetBottomMargin(). De ondermarge markeert slechts de plaats waar FOOTER de waarde 1 krijgt. De ondermarge heeft niets te maken met de paginamarge ingesteld via de keuze Pagina-instelling uit het Bestandsmenu. De paginamarges bepalen het gebied van het papier waar geprint kan of mag worden. Vlak nadat FOOTER de waarde 1 krijgt blijft er, indien de ondermarge is ingesteld op 25mm, nog een gebied van (25-(PageLength-PageBottom)) mm over waar geprint kan worden voordat automatisch een formfeed wordt gegenereerd.

FORMFEED
Zodra wordt gerefereerd aan FORMFEED wordt een nieuw blad opgevoerd en wordt de waarde van de systeemvariabele HEADER altijd TRUE.

HEADER
Header krijgt de waarde TRUE zodra er gerefereerd wordt aan FOOTER met waarde TRUE of indien wordt gerefereerd aan FORMFEED. De initiele waarde van HEADER is TRUE. Zodra er gerefereerd wordt aan HEADER met waarde TRUE wordt de waarde van HEADER automatisch weer FALSE. Wordt toegepast bij het printen van tabellen.

LAST
LAST krijgt de waarde TRUE indien de huidige rij (of record) in de actieve query de laatste is en anders de waarde FALSE. Indien er geen geldige query actief is, krijgt LAST de waarde FALSE.

OFF
De waarde FALSE.

ON
De waarde TRUE

PAGEBOTTOM
De afstand in mm gerekend vanaf de bovenkant van het papier tot waar er geprint kan worden. PAGEBOTTOM is gelijk aan PAGELENGTH minus de paginamarge voor de onderkant die ingesteld kan worden met de keuze Pagina-instelling uit het bestandsmenu.

PAGELENGTH
De fysieke lengte van het toegepaste papier in mm.

PAGENR

Pagenr geeft het nummer van de huidige pagina in de uitvoer.

PI

De waarde van 2*ArcSin(1) = 3.141...
Pi wordt veel gebruikt om hoeken in graden om te rekenen naar radialen en andersom. Alle hoeken in de goniometrische functies van AsToDate dienen gegeven te worden in radialen. Indien hoek b gegeven is in graden kan door vermenigvuldiging met pi/180 het aantal radialen berekend worden. B.v. sin(b*pi/180) geeft de sinus van b in graden.

SQLDEFDECLARED
Heeft de waarde 1 indien SQLDEF is gedeclareerd. Dit is het geval zodra er een selectievenster is geopend. Indien SQLDEF niet is gedeclareerd is de waarde gelijk aan nul. Vervangen door de generieke functie Defined(). SQLDEFDECLARED is identiek aan Defined(SQLDEF).

TOTAL
Geeft het totaal aantal rijen aan in de huidige query. In sommige gevallen wordt de waarde slechts bij benadering gegeven en wordt niet door alle drivers ondersteund.

TRUE
De waarde 1

VERSION
Geeft de huidige versie van AsToDate. De waarde voor versie 1.00.0020 is 1000020.